Skip to content
Deuteronomium 2:33-34

Deuteronomium 2:33-34

33
En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk.
34
En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options