Daniël 1:6-7
6
Onder dezelve nu waren uit de kinderen van Juda: Daniel, Hananja, Misael en Azarja.
7
En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein