Daniël 1:5-6
5
En de koning verordende hun, wat men ze dag bij dag geven zou van de stukken der spijs des konings, en van den wijn zijns dranks, en dat men hen drie jaren alzo optoog, en dat zij ten einde derzelve zouden staan voor het aangezicht des konings.
6
Onder dezelve nu waren uit de kinderen van Juda: Daniel, Hananja, Misael en Azarja.
Settings