- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
De openbaring van God: Zijn machtig ingrijpen
2 Samuel 22:8-20
8
Toen daverde en beefde de aarde; de fondamenten des hemels beroerden zich, en daverden, omdat Hij ontstoken was.
9
Rook ging op van Zijn neus, en een vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daarvan aangestoken.
10
En Hij boog den hemel, en daalde neder; en donkerheid was onder Zijn voeten.
11
En Hij voer op een cherub, en vloog, en werd gezien op de vleugelen des winds.
12
En Hij zette duisternis rondom Zich tot tenten, een samenbinding der wateren, wolken des hemels.
13
Van den glans voor Hem henen werden kolen des vuurs aangestoken.
14
De HEERE donderde van den hemel, en de Allerhoogste gaf Zijn stem.
15
En Hij zond pijlen uit en verstrooide ze; bliksemen en verschrikte ze.
16
En de diepe kolken der zee werden gezien, de gronden der wereld werden ontdekt, door het schelden des HEEREN, van het geblaas des winds van Zijn neus.
17
Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren.
18
Hij verloste mij van mijn sterken vijand, van mijn haters, omdat zij machtiger waren dan ik.
19
Zij hadden mij bejegend ten dage mijns ongevals; maar de HEERE was mij een Steunsel.
20
En Hij voerde mij uit in de ruimte, en rukte mij uit, want Hij had lust aan mij.
Settings