2 Korinthe 13:6-9
6
Doch ik hoop, dat gij zult verstaan, dat wij niet verwerpelijk zijn.
7
En ik wens van God, dat gij geen kwaad doet; niet opdat wij beproefd zouden bevonden worden, maar opdat gij het goede zoudt doen, en wij als verwerpelijk zouden zijn.
8
Want wij vermogen niets tegen de waarheid, maar voor de waarheid.
9
Want wij verblijden ons, wanneer wij zwak zijn, en gij sterk zijt. En wij wensen ook dit, namelijk uw volmaking.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein