Skip to content

Hor

10 verses

30.3100, 35.4000 Bekijk op Google Maps

Verzen die Hor noemen

  1. Toen reisden zij van Kades; en de kinderen Israels kwamen, de ganse vergadering, aan den berg Hor.

  2. De HEERE nu sprak tot Mozes, en tot Aaron, aan den berg Hor, aan de pale van het land van Edom, zeggende:

  3. Neem Aaron, en Eleazar, zijn zoon, en doe hen opklimmen tot den berg Hor.

  4. Mozes nu deed, gelijk als de HEERE geboden had; want zij klommen op tot den berg Hor, voor de ogen der ganse vergadering.

  5. Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.

  6. En zij verreisden van Kades, en legerden zich aan den berg Hor, aan het einde des lands van Edom.

  7. Toen ging de priester Aaron op den berg Hor, naar den mond des HEEREN, en stierf aldaar, in het veertigste jaar na den uittocht van de kinderen Israels uit Egypteland, in de vijfde maand, op den eersten der maand.

  8. Aaron nu was honderd drie en twintig jaren oud, als hij stierf op den berg Hor.

  9. En zij verreisden van den berg Hor, en legerden zich in Zalmona.

  10. En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.