Skip to content

Carmel

5 verses

32.7200, 35.0400 Bekijk op Google Maps

Verzen die Carmel noemen

  1. Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.

  2. Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.

  3. Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.

  4. En hij ging van daar naar den berg Karmel; en van daar keerde hij weder naar Samaria.

  5. Alzo toog zij heen, en kwam tot den man Gods, tot den berg Karmel. En het geschiedde, als de man Gods haar van tegenover zag, dat hij tot Gehazi, zijn jongen zeide: Zie, daar is de Sunamietische.