Skip to content

Zacchaeus

3 verzen

Verzen die Zacchaeus noemen

  1. En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;

  2. En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

  3. En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.