Skip to content

Enoch

10 verzen · 2 familieleden

Ook bekend als: Henoch

Verzen die Enoch noemen

  1. En Jered leefde honderd twee en zestig jaren, en hij gewon Henoch.

  2. En Jered leefde, nadat hij Henoch gewonnen had, achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

  3. En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach.

  4. En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

  5. Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.

  6. Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg.

  7. Henoch, Methusalah, Lamech,

  8. Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleel, den zoon van Kainan,

  9. Door het geloof is Enoch weggenomen geweest, opdat hij den dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want voor zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde.

  10. En van dezen heeft ook Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen;