- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen103
Listen to this chapter
0:00
0:00
Loof de HEERE, mijn ziel
1
Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.
2
Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;
3
Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest;
4
Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;
5
Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.
De gerechtigheid en overvloedige barmhartigheid van de HEERE
6
De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen, die onderdrukt worden.
7
Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israels Zijn daden.
De goedertierenheid van de HEERE
8
Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
9
Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden.
10
Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.
11
Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen.
12
Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.
13
Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.
14
Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.
15
De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij.
16
Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.
17
Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;
18
Aan degenen, die Zijn verbond houden, en die aan Zijn bevelen denken, om die te doen.
Algemene heerschappij en lof van het heelal
19
De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.
20
Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.
21
Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!
22
Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note