Skip to content
Hooglied 8:1-4

Hooglied 8:1-4

1
Och, dat Gij mij als een Broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder! dat ik U op de straat vond, ik zou U kussen, ook zouden zij mij niet verachten.
2
Ik zou U leiden, ik zou U brengen in mijner moeders huis, Gij zoudt mij leren; ik zou U van specerijwijn te drinken geven, en van het sap van mijn granaatappelen.
3
Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.
4
Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve lust!
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options