5
Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;
6
Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op den middag verwoest.
7
Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tien duizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.