De woning van de getrouwen
Psalmen 91:9-13
9
Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;
10
U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen.
11
Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.
12
Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.
13
Op den fellen leeuw en de adder zult gij treden, gij zult den jongen leeuw en den draak vertreden.
Settings