Psalmen 88:2-6
2
O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U.
3
Laat mijn gebed voor Uw aanschijn komen; neig Uw oor tot mijn geschrei.
4
Want mijn ziel is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf.
5
Ik ben gerekend met degenen, die in de kuil nederdalen; ik ben geworden als een man, die krachteloos is;
6
Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein