Door God en mens verlaten
15
HEERE! waarom verstoot Gij mijn ziel, en verbergt Uw aanschijn voor mij?
16
Van der jeugd aan ben ik bedrukt en doodbrakende; ik draag Uw vervaarnissen, ik ben twijfelmoedig.
17
Uw hittige toornigheden gaan over mij; Uw verschrikkingen doen mij vergaan.
18
Den gansen dag omringen zij mij als water; te zamen omgeven zij mij.
19
Gij hebt vriend en metgezel verre van mij gedaan; mijn bekenden zijn in duisternis.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein