12
O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.
13
Laat hen beschaamd worden, laat hen verteerd worden, die mijn ziel tegen zijn; laat hen met smaad en schande overdekt worden, die mijn kwaad zoeken.
14
Doch ik zal geduriglijk hopen, en zal al Uw lof nog groter maken.