God aangeroepen om als Rechter op te staan
7
Sta op, HEERE, in Uw toorn, verhef U om de verbolgenheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; Gij hebt het gericht bevolen.
8
Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte.
9
De HEERE zal den volken recht doen; richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtigheid, die bij mij is.
10
Laat toch de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, Gij, Die harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God!
11
Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein