Menselijke ijdelheid en goddelijke macht
10
Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.
11
Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op.
12
God heeft een ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is.
13
En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein