Skip to content
Psalmen 58:2-6

De verdorvenheid van aardse rechters

Psalmen 58:2-6
2
Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij, vergadering? Oordeelt gij billijkheden, gij, mensenkinderen?
3
Ja, gij werkt ongerechtigheden in het hart; gij weegt het geweld uwer handen op de aarde.
4
De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.
5
Zij hebben vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt;
6
Opdat zij niet hore naar de stem der belezers, desgenen, die ervaren is met bezweringen om te gaan.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein