Psalmen 50:17-20
17
Dewijl gij de kastijding haat, en Mijn woorden achter u henenwerpt.
18
Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers.
19
Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.
20
Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder; tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit.
Settings