Psalmen 48:5-8
5
Want ziet, de koningen waren vergaderd; zij waren te zamen doorgetogen.
6
Gelijk zij het zagen, alzo waren zij verwonderd; zij werden verschrikt, zij haastten weg.
7
Beving greep hen aldaar aan, smart als van een barende vrouw.
8
Met een oostenwind verbreekt Gij de schepen van Tharsis.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein