Psalmen 39:9-12
9
Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen.
10
Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.
11
Neem Uw plage van op mij weg, ik ben bezweken van de bestrijding Uwer hand.
12
Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.
Settings