Skip to content
Psalmen 35:11-14

Psalmen 35:11-14

11
Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.
12
Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving mijner ziel.
13
Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem.
14
Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options