Psalmen 34:16-21
16
Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep.
17
Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.
18
Tsade. Zij roepen, en de HEERE hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.
19
Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
20
Resch. Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE.
21
Schin. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein