De weg tot een gezegend leven
12
Lamed. Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des HEEREN vreze leren.
13
Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?
14
Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.
15
Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.
16
Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep.
17
Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.
18
Tsade. Zij roepen, en de HEERE hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.
19
Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein