Skip to content
Psalmen 22:7-9

Psalmen 22:7-9

7
Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.
8
Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:
9
Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein