Skip to content
Psalmen 22:7-10

Psalmen 22:7-10

7
Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.
8
Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:
9
Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!
10
Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein