Psalmen 136:15-18
15
Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
16
Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
17
Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
18
En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein