Psalmen 132:1-10
1
Een lied Hammaaloth. O HEERE! gedenk aan David, aan al zijn lijden;
2
Dat hij den HEERE gezworen heeft, den Machtige Jakobs gelofte gedaan heeft, zeggende:
3
Zo ik in de tent mijns huizes inga, zo ik op de koets van mijn bed klimme!
4
Zo ik mijn ogen slaap geve, mijn oogleden sluimering;
5
Totdat ik voor den HEERE een plaats gevonden zal hebben, woningen voor den Machtige Jakobs!
6
Ziet, wij hebben van haar gehoord in Efratha; wij hebben haar gevonden in de velden van Jaar.
7
Wij zullen in Zijn woningen ingaan, wij zullen ons nederbuigen voor de voetbank Zijner voeten.
8
Sta op, HEERE! tot Uw rust, Gij en de ark Uwer sterkte!
9
Dat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid, en dat Uw gunstgenoten juichen.
10
Weer het aangezicht Uws Gezalfden niet af, om Davids, Uws knechts wil.
Settings