Skip to content
Psalmen 131:1-2

Psalmen 131:1-2

1
Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
2
Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein