Skip to content

Psalmen 131

Davids belijdenis van nederigheid 1–3

1
Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
2
Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.
3
Israel hope op den HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein