Skip to content
Psalmen 129:6-7

Psalmen 129:6-7

6
Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
7
Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein