Skip to content
Psalmen 106:34-40

Psalmen 106:34-40

34
Zij hebben die volken niet verdelgd, die de HEERE hun gezegd had;
35
Maar zij vermengden zich met de heidenen, en leerden derzelver werken.
36
En zij dienden hun afgoden, en zij werden hun tot een strik.
37
Daarenboven hebben zij hun zonen en hun dochteren den duivelen geofferd.
38
En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed hunner zonen en hunner dochteren, die zij den afgoden van Kanaan hebben opgeofferd; zodat het land door deze bloedschulden is ontheiligd geworden.
39
En zij ontreinigden zich door hun werken, en zij hebben gehoereerd door hun daden.
40
Dies is de toorn des HEEREN ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft een gruwel gehad aan Zijn erfdeel.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options