Spreuken 9:14-18
14
En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;
15
Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:
16
Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:
17
De gestolen wateren zijn zoet, en het verborgen brood is liefelijk.
18
Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein