Spreuken 8:30-31
30
Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende;
31
Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein