Skip to content
Spreuken 7:6-12

Spreuken 7:6-12

6
Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;
7
En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;
8
Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.
9
In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid;
10
En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;
11
Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;
12
Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options