Перейти к содержимому
Spreuken 6:1-3

Spreuken 6:1-3

1
Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;
2
Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.
3
Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Reading Width 45 chars

Options