Skip to content
Spreuken 5:9

Spreuken 5:9

Vers 9 wordt getoond met de omringende context.
6
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
7
Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
8
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
9
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
10
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
11
En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;
12
En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options