Spreuken 5:7
Vers 7 wordt getoond met de omringende context.
4
Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.
5
Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.
6
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
7
Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
8
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
9
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
10
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
Settings