Spreuken 5:1-6
1
Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
2
Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
3
Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
4
Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.
5
Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.
6
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
Settings