Skip to content
Spreuken 27:11-16

Spreuken 27:11-16

11
Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.
12
De kloekzinnige ziet het kwaad, en verbergt zich; de slechten gaan henen door, en worden gestraft.
13
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.
14
Die zijn vriend zegent met luider stem, zich des morgens vroeg opmakende, het zal hem tot een vloek gerekend worden.
15
Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.
16
Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options