Spreuken 24:30-31
30
Ik ging voorbij den akker eens luiaards, en voorbij den wijngaard van een verstandeloos mens;
31
En ziet, hij was gans opgeschoten van distelen; zijn gedaante was met netelen bedekt, en zijn stenen scheidsmuur was afgebroken.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein