Spreuken 18:1-5
1
Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.
2
De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.
3
Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.
4
De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.
5
Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.
Settings