Skip to content
Spreuken 14:1-11

Spreuken 14:1-11

1
Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.
2
Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.
3
In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.
4
Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel.
5
Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.
6
De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.
7
Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.
8
De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.
9
Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.
10
Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.
11
Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options