Mattheüs 9:23-26
23
En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,
24
Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.
25
Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.
26
En dit gerucht ging uit door dat gehele land.
Settings