Skip to content
Mattheüs 9:23-25

Mattheüs 9:23-25

23
En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,
24
Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.
25
Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein