Skip to content
Mattheüs 6:16-17

Mattheüs 6:16-17

16
En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.
17
Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht;

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein