Mattheüs 4:8-9
8
Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hogen berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, en hun heerlijkheid;
9
En zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein