Skip to content
Mattheüs 4:5-6

Mattheüs 4:5-6

5
Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels;
6
En zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein