Skip to content
Mattheüs 27:30-31

Mattheüs 27:30-31

30
En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.
31
En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan, en leidden Hem heen om te kruisigen.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options